De Eyjafjallajökull is een natuurfenomeen. De economische crisis niet. Hier past geen verbijstering over ontembare krachten, maar verontwaardiging. Bankiers, poenslurpers en luchtbellenblazers kregen na de crisis van 2008… nog meer macht. In een grote hold-up verhuisden opnieuw miljoenen euro’s naar de miljonairs. In Europa hebben de speculanten ondertussen een keizerlijke status gekregen, en worden ze braafjes “markten” genoemd. Als waren ze keizer Nero, beslissen ze – met duim omhoog of omlaag – over de toekomst van gehele volkeren. Van Griekenland en Italië tot bij ons eisen zij alweer dat u en ik de crisis betalen, voor de tweede keer. Hoe durven ze!
Hoe durven ze? brengt de geest van Tijl Uilenspiegel en de geuzen tot leven, de tegenstroom die democratie, vrijheid en economie opnieuw wil veroveren op de papen en zakenkabinetten van het kapitalistische Europa.
‘Dit boek, dat ik des te zeer zou willen bestickeren als “noodzakelijk”, begroet ik als een warm en hernieuwd begin in de strijd tegen het asocialisme.’ – Dimitri Verhulst
Bron: bol.com
Hoofdstuk uit boek Peter Mertens “Hoe durven ze”
Toen de dageraad aanbrak
stond Theseus, de zoon van Aegaeus, van zijn bed op.
Hij bond glanzende sandalen aan
en wandelde langs de golfrijke zee.
Daar zag hij een groep mensen
ellendig jankend als de schicht van pijlen.
Ook zag hij zeven Atheense jonggezellen en zeven dochters
die aan boord van een schip met zwarte zeilen werden gebracht,
de handen gebonden met zwaar touw.
Theseus vroeg met heldere stem:
“Wie zijn die jonge mensen?”
“Snelvarende schepen varen hen naar Kreta.
Wij hebben medelijden met hen.”
“Waarom?”, vroeg Theseus. “Wat gebeurt er dan met hen?”
“Weet je dat dan niet?
Ze worden levend gevoerd aan de Minotaurus,
het woedige dier dat in het doolhof op Kreta woont,
aan de zoom van de wijnkleurige zee.”
Griekenland en de zee! Omgeven door twee zeeën, de Ionische Zee in het westen en de Egeïsche Zee in het oosten, is het schiereiland altijd een land van zeevaarders geweest. Toen het gewelfde schip van Theseus, die de Minotaurus op Kreta had overwonnen, de haven van Athene weer binnenvoer, vergat de held dat hij witte zeilen moest hijsen, in plaats van de zwarte. Zijn vader, Aegaeus, dacht daardoor dat zijn zoon door de Minotaurus gedood was. Wanhopig van verdriet wierp Aegaeus zich in de zee, die daarom zijn naam zou dragen: de Egeïsche zee.
De haven van het oude Athene, nauwelijks een paar kaden toen, is nu de haven van Piraeus. Griekenland telt vandaag zo maar eventjes 123 havens. Piraeus is de grootste, in een wemeling van cargo’s, ferry’s, roroschepen, cruiseschepen, tankers, catamarans en vissersvaartuigen. Dan komt Thessaloniki in het noordoosten, richting Zwarte Zee en Azië.
De Griekse reders hebben de grootste handelsvloot ter wereld in handen: samen ruim 4100 schepen, goed voor 16 procent van de wereldhandelsvloot. Dat is meer dan de Japanners of de Chinezen. De Griekse rederijen verdienen meer dan de hele toeristische sector. In 2010 zagen de grote reders hun inkomsten stijgen tot 15,4 miljard euro. Het toerisme genereerde 9 miljard euro inkomsten. Toch vloeit van die rederij-miljarden haast geen cent naar de staat. De reders genieten sinds jaar en dag, via een netwerk van fiscale maatregelen, feitelijk een belastingvrijstelling. De fiscus kijkt hun rekeningen niet in. Elke Griekse miljonairsfamilie met aandelen in een rederij of in een maritiem consortium – samen zo’n duizend families – is op die manier vrijgesteld. Een goed geolied fiscaal paradijs. De reders bewaren hun geld in Zwitserland of in Cyprus, in Liechtenstein of in Londen.
De allerrijkste is Spiros Latsis, de zoon van de oude scheepsmagnaat John Latsis. De familie Latsis is ook actief in de scheepsbouw en de bankwereld. Zoon Spiros is bovendien de grootste aandeelhouder van Hellenic Petroleum. Op de lijst van de multimiljardairs in de wereld staat hij op nummer 68. Hij studeerde aan de London School of Economics, samen met ene José Manuel Barroso. In juni 2004 wordt Barroso voorzitter van de Europese Commissie. Twee maanden later, in augustus, is hij uitgenodigd voor een weekje vakantie op een pronkerig plezierjacht van de familie Latsis. Latsis heeft net PrivatSea opgestart, een exclusieve jachtclub die haar leden “een buitengewone ervaring aan boord van ’s werelds spectaculairste jachten” belooft. Inclusief de Alexandria, die met haar lengte van 400 voet het op drie na grootste jacht ter wereld is. Daar waar Aegaeus zich in zee stortte, trekken Barroso en Spiros Latsis samen de zwembroek aan op het dek van misschien wel het meest luxueuze jacht op aarde. Een maand later keurt de Europese Commissie 10,3 miljoen euro subsidie van de Griekse staat aan de scheepswerven van de familie Latsis goed. Toeval? Of “ons kent ons, wie doet ons wat”?
Langs de achterdeur wordt de rijkdom het land uitgesleurd
Terwijl in de vroege herfst van 2011 veel Grieken in vuilnisbakken scharrelen naar voedsel – “het zijn keurige mensen maar ze zijn gedwongen in het huisvuil naar eten te zoeken”, zegt een man van de reinigingsdienst – zijn er ook Grieken met geld. Veel geld. Heel veel geld zelfs. Griekenland blijft ook midden deze crisis een fiscaal paradijs voor de rederijen, voor de zesduizend grotere bedrijven en voor het instituut van de orthodoxe kerk.
Tot voor kort stond op het Griekse paspoort ook je religie vermeld. Dat werd pas in 2001 ongedaan gemaakt na een klacht bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. De Griekse orthodoxe kerk is machtig, zoveel is zeker. Kerk en clerus beheersen nog een flink deel van het leven, moreel, politiek maar ook economisch. De orthodoxe kerk bezit het grootste vermogen van het land, op de staat na. Ze heeft meer dan negen miljoen aandelen in de Griekse Nationale Bank, ze bezit hotels, parkings, magazijnen, ondernemingen en 350 toeristische centra. Het kerkinstituut is met zijn 130.000 hectare bossen, velden, bergen en stranden meteen ook de grootste grootgrondbezitter van het land. Het levert de kerk jaarlijks miljoenen euro’s op en dat geld bleef tot voor kort belastingvrij. Toen in 2010 toch een taks werd geheven, weigerden sommige monasteries te betalen. Gechoqueerd gingen gelovigen voor de grootste kerk van Athene betogen met het spandoek: “Jezus heeft gezegd dat men moet delen”.
Delen? Dat is alvast niet de houding van de Griekse miljonairs. Het geld dat in Griekenland wordt verdiend, verdwijnt steeds sneller naar het buitenland. Vooral naar de veilige kluizen van Zwitserse banken, waar men geen vragen stelt. De Griekse miljonairs hebben in totaal al 280 miljard euro naar Zurich verkast, en nog eens evenveel naar andere buitenlandse banken. Een fiscale exodus ter waarde van 560 miljard euro; dat is het dubbele van het Griekse bbp, de jaarlijks geproduceerde rijkdom in het land.29 Dat veel landgenoten hun ziektekosten of elektriciteit niet meer kunnen betalen, dat meer en meer mensen hongerlijden, trekken deze miljonairs zich geen moer aan. En dus krijg je een surrealistische situatie: aan de voordeur smeekt de Griekse regering de Europese Unie om nieuwe leningen en garandeert ze dat ze de allerlaatste centiem uit het werkvolk zal persen om die leningen terug te betalen. Terzelfdertijd slepen de miljonairs de rijkdom van het land via de achterdeur het land uit.
Continue reading »