jun 252012
Het DSM-IV omschrijft de paranoïde persoonlijkheidsstoornis als volgt:
- A. Het zodanig wantrouwen of als verdacht beschouwen van anderen dat hun motieven worden gezien als kwaadwillend. De stoornis begint in de puberteitof jonge volwassenheid en doet zich voor als sprake is van vier of meer van de volgende gevallen:
- De persoon vermoedt zonder voldoende aanleiding dat anderen hem of haar misbruiken, schaden of misleiden.
- De persoon heeft sterke, onterechte twijfels over de loyaliteit of betrouwbaarheid van vrienden of kennissen.
- De persoon is terughoudend bij het in vertrouwen nemen van anderen vanwege de ongegronde angst dat de informatie ten nadele van hem of haar wordt gebruikt.
- De persoon ziet denigrerende of bedreigende betekenis in onschuldige opmerkingen of gebeurtenissen.
- De persoon koestert wrok en is niet vergevingsgezind over beledigingen, lichamelijk letsel of kleineringen.
- De persoon ziet aanvallen op zijn of haar persoon of reputatie die anderen niet opvallen, reageert kwaad of gaat in de tegenaanval.
- De persoon heeft regelmatig ongegronde verdenkingen over de trouw van zijn of haar echtgeno(o)t(e) of seksuele partner.
