Er zijn veel mensen die over het liberalisme schrijven of praten, maar weinigen doen dat met verstand van zaken. Journalisten, de experts die zij opvoeren, politicologen, politici , liberalen zelf: veel verder dan ‘iets’ met ‘markt’, ‘vrijheid’ of ‘individu’ komen zij in de regel niet. Onderlinge liberale verschillen blijven onderbelicht, het bestaan van een groot aantal pseudo-liberalismen wordt kritiekloos geaccepteerd, mede bij gebrek aan een zinvolle liberale maatstaf. Geen wonder dat studenten en politiek geïnteresseerden geen goed overzicht hebben van het liberalisme. Tegelijkertijd wordt de enorme betekenis van het liberalisme voor Nederland en de wereldgeschiedenis alom erkend. Kortom, het liberalisme is bemind, maar onbekend.
Dit boek biedt een uitweg uit de liberale spraakverwarring. Het schetst de belangrijkste liberale overeenkomsten en verschillen aan de hand van drie liberale hoofdstromingen en geeft alle belangrijke liberale denkers daarin hun eigen plek. Uniek is dat zowel het liberale denken over de binnenlandse politiek als over de internationale betrekkingen uit de doeken wordt gedaan. Tevens wordt het verschil tussen liberalisme en conservatisme uitgelegd. Bemind, maar Onbekend geeft in kort bestek een heldere introductie van de politieke filosofie. Een onmisbare gids voor iedereen met interesse in het liberale gedachtegoed.
Rebel Cities: From the Right to the City to the Urban Revolution
To be published in April 2012 by Verso Books. Available for pre-order on Amazon.com and Amazon.co.uknow.
Long before the Occupy movement, modern cities had already become the central sites of revolutionary politics, where the deeper currents of social and political change rise to the surface. Consequently, cities have been the subject of much utopian thinking. But at the same time they are also the centers of capital accumulation and the frontline for struggles over who controls access to urban resources and who dictates the quality and organization of daily life. Is it the financiers and developers, or the people?
Rebel Cities places the city at the heart of both capital and class struggles, looking at locations ranging from Johannesburg to Mumbai, and from New York City to São Paulo. Drawing on the Paris Commune as well as Occupy Wall Street and the London Riots, Harvey asks how cities might be reorganized in more socially just and ecologically sane ways—and how they can become the focus for anti-capitalist resistance.
Filosoof en hoogleraar Hans Achterhuis verzorgt de negende lezing in de cyclus over het ‘ware’ leven, in filosofiehuis ‘Het zoekend hert’ in Berchem. Hij houdt een pleidooi voor een individueel en toch sociaal bestaan, dat als een filosofische zoektocht wordt uitgewerkt. Hij vertrekt vanuit verschillende perspectieven en refereert aan vele denkers om nieuwe inzichten te ontvouwen.
Hans Achterhuis beschouwt ‘het streven naar het ware leven’ als een utopische betrachting en onderwerpt het wezen van utopieën aan een nader onderzoek. Daarvoor vertrekt hij van de menselijke natuur en van onze evolutionaire erfenis om de mogelijkheid van een vrij en vredevol bestaan te evalueren. Hans Achterhuis denkt dat geen enkele maatschappij het zonder utopische denkbeelden kan stellen, maar waarschuwt voor de verblindende kracht van hoopvolle waanbeelden. Utopieën waar het individu of gemeenschappen werkelijk iets aan kunnen hebben, moeten altijd gezien worden in het licht van de dagelijkse werkelijkheid.
Prof. Em. Hans Achterhuis (1942) is een van de toonaangevende Nederlandse filosofen. Hij studeerde theologie en filosofie in Utrecht en Straatsburg en promoveerde met een proefschrift over Albert Camus. Lange tijd combineerde hij zijn wetenschappelijke werk met functies in maatschappelijke organisaties. Als docent sociale filosofie was hij actief aan de Universiteit van Amsterdam. In 1988 werd hij bijzonder hoogleraar milieufilosofie aan de Universiteit van Wageningen. Van 1990 tot zijn emeritaat in 2007 bekleedde hij de leerstoel Wijsbegeerte aan de Universiteit Twente. Hans Achterhuis ontving in 2003 de Pierre Bayle prijs voor de cultuurkritiek, in 2009 de Socrates-wisselbeker voor Met alle geweld. Hij schreef essentiële werken, zoals De markt van welzijn en geluk (1979), De maat van de techniek (1992) en Het rijk van de schaarste (1988), De erfenis van de utopie (1998) en Utopie (2006). In Lof en troost van de filosofie (2007), blikt hij terug op een filosofisch traject van meer dan veertig jaar: ‘Wie schrijft als filosoof, schrijve persoonlijk of schrijve niet. (…) Hebben filosofen dwingende antwoorden te bieden? Wat zij nastreven is verheldering, wat ikzelf vooral probeerde te bereiken, was het begrijpen van een – vaak maatschappelijke – problematiek.’ Recent publiceerde Hans Achterhuis nog Met alle geweld: Een filosofische zoektocht (2008) en De utopie van de vrije markt (2010). In deze fase werkt hij aan een boek over de actualiteit van Hannah Arendt (werktitel: Ik wil begrijpen), waarvan de tekst waarschijnlijk af is wanneer hij in Het zoekend hert zijn lezing komt houden.
Streven naar het ware leven
FILOSOFISCHE LEZINGENCYCLUS OVER ACTIEVE LEVENSKUNST
Wat is het ware leven? En hoe realiseer je zo’n waarachtig bestaan? Moet een waar leven geslaagd zijn – of zou bij uitstek een gehavend bestaan waarachtig zijn? Het zijn maar enkele van de vele vragen die een antwoord kunnen krijgen in de lezingencyclus Streven naar het ware leven van filosofiehuis Het zoekend hert ° The searching deer, in Berchem-Antwerpen. Het thema van deze uitzonderlijke lezingencyclus heeft een meervoudige betekenis. Het ware leven kan gelezen worden in de betekenis van het ‘echte’ leven – het banale bestaan in de realiteit van elke dag. Maar ook in de betekenis van een waarachtig leven: een doordachte, eventueel contemplatieve levensloop op basis van hoge ethische standaarden, ofwel in de betekenis van een doorleefd bestaan waarin ook rekenschap wordt afgelegd aan anderen en de omgeving. Zeg maar: het volle leven, waarin het goede én het hedonistische, het genot én het beschouwen, de beheersing én de overgave, de rust én de verstrooiing in evenwicht zijn gebracht. Geef u alvast maar eens over aan een denkend bestaan, als een goed begin.
Filosofiehuis Het zoekend hert | Koninklijkelaan 43, 2600 Berchem
€7, reserveren verplicht: hetzoekendhert@gmail.com, +32 (0)473 68 66 65
Hij is voor twee jaar benoemd tot Denker des Vaderlands. In zijn werk verbindt hij filosofie aan actuele onderwerpen. Al tientallen jaren bemoeit emeritus hoogleraar Hans Achterhuis zich met de publieke zaak. ‘Wie schrijft als filosoof, schrijve persoonlijk of schrijve niet’, is zijn lijfspreuk. Maar hoe doe je dat?
Het moet windkracht 9 zijn, zware regenval teistert de straten. Zijn schriftelijke routebeschrijving helpt me niet. Een man die ik vraag me de weg te wijzen, weet het ook niet. Ik waag er een telefoontje aan en onmiddellijk biedt hij bereidwillig aan me tegemoet te lopen. Even later zit ik in zijn mooie appartement in het voormalige academisch ziekenhuis aan een lange tafel met koffie voor mijn neus. We kijken uit op zo’n mooie, lommerrijke laan zoals Utrecht die meerdere heeft.
› Wat maakt een filosoof tot filosoof?
‘Ik houd me vooral bezig met sociale filosofie, ethiek. En voor mij is filosofie vooral het zoeken naar achtergronden en verbanden. Hoe zit dat in elkaar? Hoe valt dit of dat te begrijpen? Het begint altijd met die vragen.’
› Maar zijn we dan niet allemaal een beetje filosoof?
‘Ja, ja, zonder meer. Het is meer een houding. Iedereen kan filosoferen.’
› Een filosoof is – vertaald uit het Grieks – vriend van de wijsheid?
‘Klopt.’
› Heb je je altijd filosoof genoemd?
‘Nee, ik ben van oorsprong theoloog, maar al heel snel naar de filosofie overgegaan. Dat gebeurde toen ik mijn proefschrift schreef over Camus.’
› Je schrijft aan het begin van je boek Met alle geweld: ‘Van de filosoof mag verwacht worden dat hij de gevaarlijke punten in het landschap waar de bliksem onvermijdelijk een keer zal inslaan, lokaliseert en zo mogelijk beveiligt.’ Waar gaat de bliksem onvermijdelijk inslaan?
‘Dat is niet zo heel moeilijk vast te stellen: de kredietcrisis. We zitten er nu middenin in en het zal een langdurig verschijnsel blijken te zijn.’
› En als je met een meer sociologische blik naar de moderne samenleving kijkt?
‘Wereldwijd komen er onvermijdelijk botsingen door grondstoffen- en energietekorten. In ons land, denk ik, hoop ik, dat er een kentering komt in de trend van steeds meer individualisering. In de gedachten van mensen mag het ieder-voor-zich dan nog wel dominant lijken, toch zie ik ook overal mensen als groepen optrekken: in buurten, in verenigingen, enzovoorts. Als dat van boven, van onderen én ideologisch verder aangewakkerd zou worden, ben ik ervan overtuigd dat die kentering er komt. Ik heb het gezien op de universiteit waar ik werkte. Ondanks de bezuinigingen en de verslechteringen hielden de collega’s elkaar scherp om er het beste van te maken voor
de universiteit en de studenten.’
› Toch heb ik ook mensen in cynisme zien vervallen, vooral als het over de politiek gaat.
‘Oh ja, als het over de politiek gaat wel.’
› We gaan even een paar begrippen langs. Wat is hoop?
‘Ik heb niet zo veel met hoop. Dat stamt nog uit mijn theologietijd. Ik hoopte niet op wat er hoog in de lucht zou zijn, de hemel. Hoop in de zin van ergens naartoe werken in de hoop het doel te bereiken spreekt me wel aan. Dat is dus heel iets anders dan verwachting, want dan blijf je achterover in je stoel hangen.’
› Kunnen we zonder?
‘Als het over maatschappelijke vragen gaat niet. Zoals Camus zei: ‘Individueel kan ik leven zonder hoop, maar denkend aan de strijd tegen de bezetter (de Duitsers in Frankrijk gedurende de Tweede Wereldoorlog, jm) hebben we hoop nodig.’ Om gezamenlijk iets te bewerkstelligen heb je gezamenlijke hoop nodig.’
› Wat is een ideaal?
‘Dat zijn niet al te ver uitgewerkte ideeën over hoe het anders zou kunnen. Bijvoorbeeld: het ideaal van gelijkheid.’
› Menselijke waardigheid?
‘Ja.’
› Als ik je goed heb begrepen is je waarschuwing: Pas op met al te gedetailleerde concretiseringen van die idealen voor de middellange termijn. Pas op met utopieën.
‘Klopt. Ik ben over ‘de utopie’ gaan schrijven – ergens in de jaren negentig – omdat ik dacht: wat is er toch in de jaren zestig misgegaan? Ik vermoedde dat het iets met utopisch denken te maken had. Toen ben ik utopieën door de eeuwen heen gaan onderzoeken, te beginnen bij Thomas More. Ik kwam er al snel achter dat je bij sommigen een gevoelige snaar raakt wanneer je wijst op de nadelen van een utopie.’
Wat tien jaar na 9/11 duidelijk is geworden, is dat het pathos van die dagen– ‘niets zal hetzelfde zijn’; het pathos van de historische breuk – inderdaadprecies dat was: pathos. 9/11 is de gelegenheid gebleken voor het bestendigenen vooral intensiveren van politieke en economische ontwikkelingen die al op de grens van de jaren zeventig en tachtig zijn ingezet.
In this 26-minute talk, philosopher Gerald Allan Cohen offers a wonderfully eloquent critique of capitalism. His critique revolves around common defenses. He suggests that even the existence of people who have earned their riches legitimately and through their own wit and work do not justify a system of private property. He contests the idea that we are all better off under capitalism compared to other economic systems, suggesting that capitalism retards the human potential of workers nefariously and by design. And he disagrees with the claim that economic inequality is inevitable. Economic inequality, he contends, will someday be seen as an injustice. Capitalism was an important stage, he concludes, and one that we need to outgrow.
I recommend that everyone take a listen, though I’ll admit it starts off kind of goofy:
Bron: Sociological Images











