De film neemt de ontwikkelingen in de Indiase regio Ladakh als uitgangspunt: Helena Norberg-Hodge neemt ons mee naar een gemeenschap, die zich lange tijd in eigen tempo ontwikkelde met een groot gevoel van gemeenschapszin, lokale zelfvoorziening en… tevredenheid. Tot rond 1975 de ‘moderne’ wereld er kwam binnenbulderen en de Westers georiënteerde consumptiemaatschappij langzaam maar zeker de oude waarden en tradities naar de achtergrond drong. Binnen een paar jaar was de trots van de Ladhaki’s verdwenen en begonnen vooral de jongeren te klagen over hun ‘achterlijke’ cultuur, waar inmiddels ook individualisme, armoede, milieuvervuiling en werkloosheid hun intrede hadden gedaan. Het zijn de negatieve aspecten van de economische globalisering, die zich vooral laat leiden door geld, onderlinge concurrentie en snelle (materiële) vooruitgang in plaats van samenwerking, respect voor de eigen, waardevolle cultuur en leven op een menselijke maat.
Het dubbele gezicht van globalisering
‘The Economics of Happiness’ toont het dubbele gezicht van de globalisering: een wereld die zich gelijktijdig in twee heel verschillende richtingen beweegt. Enerzijds is er de alliantie van overheden en grote bedrijven die de macht van het bedrijfsleven in stand houdt. En tegelijkertijd is er een wereldwijd verzet van mensen tegen dit beleid. Zij vragen om een herregulering van handel en financiën én ze nemen het heft in eigen hand om een heel andere toekomst te creëren. Ze zetten zich in voor gemeenschappen op een meer menselijke schaal en voor een ecologische, lokaal georiënteerde economie. De film gaat over beide ontwikkelingen: de groei van sloppenwijken en stedelijke wildgroei, afbraak van de democratie en de obscene handel in afvalstoffen: handel in het belang van de handel; zelfmoorden van Indiase boeren, de teloorgang van land… De film begint met een uitgebreide analyse van tien belangrijke kenmerken van economische globalisering en hun vérstrekkende gevolgen. Het tweede deel gaat vooral over aanzetten tot verandering; dit deel biedt naast inspiratie ook praktische oplossingen. Een meer lokaal georiënteerde economie kan een strategische oplossing vormen voor de meest ernstige problemen. De film gaat ook in op de (beleids)veranderingen die nodig zijn om lokale bedrijven te laten overleven en te laten bloeien. We maken kennis met gemeenschapsinitiatieven die een ‘lokale agenda’ vooruit helpen: stedelijke tuinen in Detroit (VS) en de wereldwijde Transition Towns beweging. We zien de opmars van de Local Food-beweging, het herstel van de biologische diversiteit, gemeenschappen en lokale economieën wereldwijd. En we maken kennis met Via Campesina: de grootste sociale beweging ter wereld, met meer dan 400 miljoen leden. Het gaat om het behoud van zowel biologische als culturele diversiteit.
Aan de film verleende een groot aantal mensen uit zes continenten hun medewerking, waaronder Vandana Shiva, Bill McKibben, David Korten, Zac Goldsmith, Michael Schuman, Samdhong Rinpoche, Andrew Simms, Richard Heinberg, Chris Johnstone, Juliet Schor, Clive Hamilton, Keibo Oiwa en Rob Hopkins.
Duidelijk wordt dat klimaatverandering en Peak Oil ons weinig keus laten: we zullen terug moeten naar een meer lokaal gestuurde economie. En het goede nieuws is dat we daarmee niet alleen de aarde kunnen genezen, maar ook ons eigen gevoel van welzijn kunnen herstellen.













