Er zijn veel mensen die over het liberalisme schrijven of praten, maar weinigen doen dat met verstand van zaken. Journalisten, de experts die zij opvoeren, politicologen, politici , liberalen zelf: veel verder dan ‘iets’ met ‘markt’, ‘vrijheid’ of ‘individu’ komen zij in de regel niet. Onderlinge liberale verschillen blijven onderbelicht, het bestaan van een groot aantal pseudo-liberalismen  wordt kritiekloos  geaccepteerd, mede bij gebrek aan een zinvolle liberale maatstaf.  Geen wonder dat studenten en politiek geïnteresseerden geen goed overzicht hebben van het liberalisme. Tegelijkertijd wordt de  enorme betekenis van het liberalisme voor Nederland en de wereldgeschiedenis alom erkend. Kortom, het liberalisme is bemind, maar onbekend.

Dit boek biedt een uitweg uit de  liberale spraakverwarring. Het schetst de belangrijkste liberale overeenkomsten en verschillen aan de hand van drie liberale hoofdstromingen en geeft alle belangrijke liberale denkers daarin hun eigen plek. Uniek is dat zowel het liberale denken over de binnenlandse politiek als over de internationale betrekkingen uit de doeken wordt gedaan. Tevens wordt het verschil  tussen liberalisme en conservatisme uitgelegd.  Bemind, maar Onbekend geeft in kort bestek een heldere introductie van de politieke filosofie. Een onmisbare gids voor iedereen met interesse in het liberale gedachtegoed.

Share and Enjoy:
  • Print
  • Digg
  • StumbleUpon
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Yahoo! Buzz
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • Hyves
 

De Eyjafjallajökull is een natuurfenomeen. De economische crisis niet. Hier past geen verbijstering over ontembare krachten, maar verontwaardiging. Bankiers, poenslurpers en luchtbellenblazers kregen na de crisis van 2008… nog meer macht. In een grote hold-up verhuisden opnieuw miljoenen euro’s naar de miljonairs. In Europa hebben de speculanten ondertussen een keizerlijke status gekregen, en worden ze braafjes “markten” genoemd. Als waren ze keizer Nero, beslissen ze – met duim omhoog of omlaag – over de toekomst van gehele volkeren. Van Griekenland en Italië tot bij ons eisen zij alweer dat u en ik de crisis betalen, voor de tweede keer. Hoe durven ze!
Hoe durven ze? brengt de geest van Tijl Uilenspiegel en de geuzen tot leven, de tegenstroom die democratie, vrijheid en economie opnieuw wil veroveren op de papen en zakenkabinetten van het kapitalistische Europa.

‘Dit boek, dat ik des te zeer zou willen bestickeren als “noodzakelijk”, begroet ik als een warm en hernieuwd begin in de strijd tegen het asocialisme.’ – Dimitri Verhulst
Bron: bol.com

Hoofdstuk uit boek Peter Mertens “Hoe durven ze”

Toen de dageraad aanbrak
stond Theseus, de zoon van Aegaeus, van zijn bed op.
Hij bond glanzende sandalen aan
en wandelde langs de golfrijke zee.
Daar zag hij een groep mensen
ellendig jankend als de schicht van pijlen.
Ook zag hij zeven Atheense jonggezellen en zeven dochters
die aan boord van een schip met zwarte zeilen werden gebracht,
de handen gebonden met zwaar touw.
Theseus vroeg met heldere stem:
“Wie zijn die jonge mensen?”
“Snelvarende schepen varen hen naar Kreta.
Wij hebben medelijden met hen.”
“Waarom?”, vroeg Theseus. “Wat gebeurt er dan met hen?”
“Weet je dat dan niet?
Ze worden levend gevoerd aan de Minotaurus,
het woedige dier dat in het doolhof op Kreta woont,
aan de zoom van de wijnkleurige zee.”

Griekenland en de zee! Omgeven door twee zeeën, de Ionische Zee in het westen en de Egeïsche Zee in het oosten, is het schiereiland altijd een land van zeevaarders geweest. Toen het gewelfde schip van Theseus, die de Minotaurus op Kreta had overwonnen, de haven van Athene weer binnenvoer, vergat de held dat hij witte zeilen moest hijsen, in plaats van de zwarte. Zijn vader, Aegaeus, dacht daardoor dat zijn zoon door de Minotaurus gedood was. Wanhopig van verdriet wierp Aegaeus zich in de zee, die daarom zijn naam zou dragen: de Egeïsche zee.

De haven van het oude Athene, nauwelijks een paar kaden toen, is nu de haven van Piraeus. Griekenland telt vandaag zo maar eventjes 123 havens. Piraeus is de grootste, in een wemeling van cargo’s, ferry’s, roroschepen, cruiseschepen, tankers, catamarans en vissersvaartuigen. Dan komt Thessaloniki in het noordoosten, richting Zwarte Zee en Azië.

De Griekse reders hebben de grootste handelsvloot ter wereld in handen: samen ruim 4100 schepen, goed voor 16 procent van de wereldhandelsvloot. Dat is meer dan de Japanners of de Chinezen. De Griekse rederijen verdienen meer dan de hele toeristische sector. In 2010 zagen de grote reders hun inkomsten stijgen tot 15,4 miljard euro. Het toerisme genereerde 9 miljard euro inkomsten. Toch vloeit van die rederij-miljarden haast geen cent naar de staat. De reders genieten sinds jaar en dag, via een netwerk van fiscale maatregelen, feitelijk een belastingvrijstelling. De fiscus kijkt hun rekeningen niet in. Elke Griekse miljonairsfamilie met aandelen in een rederij of in een maritiem consortium – samen zo’n duizend families – is op die manier vrijgesteld. Een goed geolied fiscaal paradijs. De reders bewaren hun geld in Zwitserland of in Cyprus, in Liechtenstein of in Londen.

De allerrijkste is Spiros Latsis, de zoon van de oude scheepsmagnaat John Latsis. De familie Latsis is ook actief in de scheepsbouw en de bankwereld. Zoon Spiros is bovendien de grootste aandeelhouder van Hellenic Petroleum. Op de lijst van de multimiljardairs in de wereld staat hij op nummer 68. Hij studeerde aan de London School of Economics, samen met ene José Manuel Barroso. In juni 2004 wordt Barroso voorzitter van de Europese Commissie. Twee maanden later, in augustus, is hij uitgenodigd voor een weekje vakantie op een pronkerig plezierjacht van de familie Latsis. Latsis heeft net PrivatSea opgestart, een exclusieve jachtclub die haar leden “een buitengewone ervaring aan boord van ’s werelds spectaculairste jachten” belooft. Inclusief de Alexandria, die met haar lengte van 400 voet het op drie na grootste jacht ter wereld is. Daar waar Aegaeus zich in zee stortte, trekken Barroso en Spiros Latsis samen de zwembroek aan op het dek van misschien wel het meest luxueuze jacht op aarde. Een maand later keurt de Europese Commissie 10,3 miljoen euro subsidie van de Griekse staat aan de scheepswerven van de familie Latsis goed. Toeval? Of “ons kent ons, wie doet ons wat”?

Langs de achterdeur wordt de rijkdom het land uitgesleurd

Terwijl in de vroege herfst van 2011 veel Grieken in vuilnisbakken scharrelen naar voedsel – “het zijn keurige mensen maar ze zijn gedwongen in het huisvuil naar eten te zoeken”, zegt een man van de reinigingsdienst – zijn er ook Grieken met geld. Veel geld. Heel veel geld zelfs. Griekenland blijft ook midden deze crisis een fiscaal paradijs voor de rederijen, voor de zesduizend grotere bedrijven en voor het instituut van de orthodoxe kerk.

Tot voor kort stond op het Griekse paspoort ook je religie vermeld. Dat werd pas in 2001 ongedaan gemaakt na een klacht bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. De Griekse orthodoxe kerk is machtig, zoveel is zeker. Kerk en clerus beheersen nog een flink deel van het leven, moreel, politiek maar ook economisch. De orthodoxe kerk bezit het grootste vermogen van het land, op de staat na. Ze heeft meer dan negen miljoen aandelen in de Griekse Nationale Bank, ze bezit hotels, parkings, magazijnen, ondernemingen en 350 toeristische centra. Het kerkinstituut is met zijn 130.000 hectare bossen, velden, bergen en stranden meteen ook de grootste grootgrondbezitter van het land. Het levert de kerk jaarlijks miljoenen euro’s op en dat geld bleef tot voor kort belastingvrij. Toen in 2010 toch een taks werd geheven, weigerden sommige monasteries te betalen. Gechoqueerd gingen gelovigen voor de grootste kerk van Athene betogen met het spandoek: “Jezus heeft gezegd dat men moet delen”.

Delen? Dat is alvast niet de houding van de Griekse miljonairs. Het geld dat in Griekenland wordt verdiend, verdwijnt steeds sneller naar het buitenland. Vooral naar de veilige kluizen van Zwitserse banken, waar men geen vragen stelt. De Griekse miljonairs hebben in totaal al 280 miljard euro naar Zurich verkast, en nog eens evenveel naar andere buitenlandse banken. Een fiscale exodus ter waarde van 560 miljard euro; dat is het dubbele van het Griekse bbp, de jaarlijks geproduceerde rijkdom in het land.29 Dat veel landgenoten hun ziektekosten of elektriciteit niet meer kunnen betalen, dat meer en meer mensen hongerlijden, trekken deze miljonairs zich geen moer aan. En dus krijg je een surrealistische situatie: aan de voordeur smeekt de Griekse regering de Europese Unie om nieuwe leningen en garandeert ze dat ze de allerlaatste centiem uit het werkvolk zal persen om die leningen terug te betalen. Terzelfdertijd slepen de miljonairs de rijkdom van het land via de achterdeur het land uit.

Continue reading »

Share and Enjoy:
  • Print
  • Digg
  • StumbleUpon
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Yahoo! Buzz
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • Hyves
 

5 delen:

In part 1 of this INET interview, Sylvia Nasar talks about her book, Grand Pursuit: The Story of Economic Genius. She suggests that Charles Dickens’ A Christmas Carol was an early work of economics. Dickens realized that the old view of stagnant, persistent poverty didn’t fit the dynamics of the real-world economy. In her view, A Christmas Carol was essentially an economic conversion story. Following through on Dickens’ vision, Alfred Marshall would later introduce the idea of productivity growth as a driver of economic progress

In part 2 of this INET interview, Sylvia Nasar discusses how Alfred Marshall formulated his idea of productivity growth as an engine for economic change. Following in his footsteps, Beatrice Webb noted that the conditions of poverty were preventing people from rising out of poverty. From her discovery came the idea of the welfare state

In part 3 of this INET interview, Sylvia Nasar discusses the work of Keynes and Irving Fisher and how they changed the field of economics in the early 20th century. Their ideas on monetary economics introduced the idea that the economy was not simply controlled by natural forces, but that there were mechanisms whereby it could be controlled. They suggested counter-cyclical fiscal policies that have been commonplace ever since

In part 4 of this INET interview, Sylvia Nasar discusses how Joseph Schumpeter and Friedrich von Hayek challenged the economics of Keynes in the early-to-mid 20th century. However, their work fell in the face of empirical evidence, while the work of Keynes and Fischer became more accepted. Hayek even sided with Keynes on the Bretton Woods Treaty and fighting unemployment, suggesting that maybe he needs to be protected from his disciples

In part 5 of this INET interview, Sylvia Nasar discusses the current state of economics. She suggests that despite its recent failures to predict and understand the financial crisis, the economics profession is still vibrant. While much of this exciting work may not yet be in the economic mainstream, neither were Fisher and Keynes for much of their own time

Share and Enjoy:
  • Print
  • Digg
  • StumbleUpon
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Yahoo! Buzz
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • Hyves
 

In this remarkable and provocative book, Yanis Varoufakis explodes the myth that financialisation, ineffectual regulation of banks, greed and globalisation were the root causes of the global economic crisis. Rather, they are symptoms of a much deeper malaise which can be traced all the way back to the Great Crash of 1929, then on through to the 1970s: the time when a ‘Global Minotaur’ was born. Just as the Athenians maintained a steady flow of tributes to the Cretan beast, so the ‘rest of the world’ began sending incredible amounts of capital to America and Wall Street. Thus, the Global Minotaur became the ‘engine’ that pulled the world economy from the early 1980s to 2008.

Today’s crisis in Europe, the heated debates about austerity versus further fiscal stimuli in the US, the clash between China’s authorities and the Obama administration on exchange rates are the inevitable symptoms of the weakening Minotaur; of a global ‘system’ which is now as unsustainable as it is imbalanced. Going beyond this, Varoufakis lays out the options available to us for reintroducing a modicum of reason into a highly irrational global economic order.

An essential account of the socio-economic events and hidden histories that have shaped the world as we now know it.

Categorie: Boeken Economische crisis “The Global Minotaur

Share and Enjoy:
  • Print
  • Digg
  • StumbleUpon
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Yahoo! Buzz
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • Hyves
 

Rebel Cities: From the Right to the City to the Urban Revolution
To be published in April 2012 by Verso Books. Available for pre-order on Amazon.com and Amazon.co.uknow.

Long before the Occupy movement, modern cities had already become the central sites of revolutionary politics, where the deeper currents of social and political change rise to the surface. Consequently, cities have been the subject of much utopian thinking. But at the same time they are also the centers of capital accumulation and the frontline for struggles over who controls access to urban resources and who dictates the quality and organization of daily life. Is it the financiers and developers, or the people?

Rebel Cities places the city at the heart of both capital and class struggles, looking at locations ranging from Johannesburg to Mumbai, and from New York City to São Paulo. Drawing on the Paris Commune as well as Occupy Wall Street and the London Riots, Harvey asks how cities might be reorganized in more socially just and ecologically sane ways—and how they can become the focus for anti-capitalist resistance.

Share and Enjoy:
  • Print
  • Digg
  • StumbleUpon
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Yahoo! Buzz
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • Hyves
 

As the global economy emerged in the post war period, the colonial system disappeared. Old colonies became new countries, some of them with very odd shapes and geographical positions. With no history of self-governance as nation states, they struggled to find their way, economically and in terms of stable governance. India created the world’s largest and most complex democracy—a modern miracle. China turned to communism, adopted the centrally planned model of economic organization, and made very little measurable economic progress for 29 years, but perhaps sowed the seeds of its future rise by educating the vast majority of its people. It dramatically changed direction in 1978 and became the largest (in population) and fastest growing country in the history of the world.

What no one saw clearly was that in the post war period, the economic party that had been running for 200 years in a small subset of the population was about to spread to much of the rest of the world.

The implications of this new convergence are profound and extensive. The costs of things will change. Goods and services that require human time and effort will become relatively more expensive, an inevitable consequence of the eventual decline of low cost underemployed labor in the global economy. Economic forces and incentives will try to make them less expensive by allocating more capital to labor and hence reducing the labor input required. But there are limits to substituting capital for labor, though these limits are moving as technology changes the art of the possible. The abundance of underemployed labor in the world economy has in a sense delayed the arrival of labor saving technology. But this will end in the current century.

 

Categorie: Boeken Economische crisis

Share and Enjoy:
  • Print
  • Digg
  • StumbleUpon
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Yahoo! Buzz
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • Hyves
 

As the stock market crash of 1929 plunged the world into turmoil, two men emerged with competing claims on how to restore balance to economies gone awry. John Maynard Keynes, the mercurial Cambridge economist, believed that government had a duty to spend when others would not. He met his opposite in a little-known Austrian economics professor, Friedrich Hayek, who considered attempts to intervene both pointless and potentially dangerous.

The battle lines thus drawn, Keynesian economics would dominate for decades and coincide with an era of unprecedented prosperity, but conservative economists and political leaders would eventually embrace and execute Hayek’s contrary vision. From their first face-to-face encounter to the heated arguments between their ardent disciples, Nicholas Wapshott here unearths the contemporary relevance of Keynes and Hayek, as present-day arguments over the virtues of the free market and government intervention rage with the same ferocity as they did in the 1930s.–

Auteur: Nicholas Wapshott

Zie ook: Nicholas Wapshott over Keynes and Hayek (video) en Nicholas Wapshott over Keynes and Hayek (podcast)

Categorie: Boeken Economische crisis

Share and Enjoy:
  • Print
  • Digg
  • StumbleUpon
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Yahoo! Buzz
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • Hyves
 

Bron: Trouw

Handelaren in twijfel worden ze genoemd. Invloedrijke Amerikanen die stelselmatig wetenschappelijke bevindingen onderuit proberen te halen. Hoezo zure regen?
Ze zijn groot voorstander van het gebruik van atoomwapens, ze hangen de ideologie van de vrije markt aan en ze bestempelen milieu als een hobby van de linkse kerk.

‘Merchants of Doubt’
In het boek ‘Merchants of Doubt’ wordt uiteengezet hoe door wetenschappers in de Verenigde Staten de feiten over de opwarming van de aarde, roken en longkanker, het gat in de ozonlaag en zure regen in twijfel worden getrokken.

Met tal van voorbeelden proberen historici Naomi Oreskes en Erik Conway aan te tonen hoe het Amerikaanse beleid vanaf de Koude Oorlog sterk beïnvloed is door een klein groepje geleerden die een paar belangrijke, opmerkelijke eigenschappen gemeen hebben. “De wetenschap in de VS wordt al jaren door die groep ondermijnd”, vertelt Erik Conway door de telefoon.

Reagan liet zure regen opnieuw onderzoeken
Neem de kijk op zure regen. Onder de Democratische president Carter is er geen twijfel over mogelijk: zure regen brengt de Canadese natuur ernstige schade toe. Bossen dreigen af te sterven en de visstand in de zuidoostelijke meren van Canada gaat dramatisch snel achteruit.

Zelfs voor wetenschappers is deze ontwikkeling begin jaren tachtig zo klaar als een klontje. Oorzaak? Schadelijke stikstofoxiden, ammoniak en zwaveldioxide, een gas dat vrijkomt bij verbranding van fossiele brandstoffen in Amerikaanse auto’s en energiecentrales.

Het zijn voornamelijk de Canadezen die er hinder van ondervinden. Dus sluit president Carter begin jaren tachtig een overeenkomst met zijn Canadese collega om zo snel mogelijk actie te ondernemen. Het loopt anders.

Continue reading »

Share and Enjoy:
  • Print
  • Digg
  • StumbleUpon
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Yahoo! Buzz
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • Hyves
MrWonkishCreative Commons Licence
This work by MrWonkish is licensed under a Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 Unported License.
Suffusion theme by Sayontan Sinha

Switch to our mobile site